Opioïdengebruikstoornis van Subutex en vele andere aandoeningen die u moet kennen

Opioïdengebruikstoornis van Subutex en vele andere aandoeningen die u moet kennen

Bij het afbouwen, staken of afbouwen van langdurige opioïdtherapie is het belangrijk om de dosis geleidelijk te verlagen. Er is geen vastgesteld optimaal afbouwschema en het afbouwen moet individueel worden afgestemd in overleg met de patiënt om ontwenningsverschijnselen te minimaliseren.

Tijdens het afbouwproces lopen patiënten mogelijk een verhoogd risico op overdosering als ze terugvallen op hun oorspronkelijke (of hogere) opioïdendosis of hun toevlucht nemen tot illegale opioïden. Daarom wordt aanbevolen om naloxon voor te schrijven en nauwlettend te letten op tekenen en symptomen van ontwenning. Als een patiënt ontwenningsverschijnselen vertoont, dienen zorgverleners te overwegen het afbouwschema te vertragen en indien nodig aanvullende middelen toe te voegen. Niet-opioïde analgetica dienen te worden aangeboden voor pijnbestrijding tijdens het afbouwproces.

Inductietherapie: Inductietherapie met buprenorfine wordt gestart wanneer patiënten lichte tot matige symptomen van opioïdontwenning ervaren. De behandeling wordt doorgaans 12 uur na het gebruik van kortwerkende opioïden of heroïne gestart, of ten minste 24 uur of langer na het gebruik van een langwerkende opioïde, bijvoorbeeld morfine of oxycodon met gecontroleerde afgifte.[19] Voor patiënten die de fentanylpleister gebruiken, is het raadzaam om na stopzetting ten minste 48 tot 72 uur te wachten voordat de behandeling wordt gestart.

Naltrexon naar buprenorfine: De overstap van naltrexon naar buprenorfine houdt in dat de behandeling met buprenorfine ongeveer 1 dag na de laatste orale dosis naltrexon en ongeveer 28 dagen na de laatste intramusculaire dosis naltrexon wordt gestart.
Methadon naar buprenorfine: Voor patiënten die een onderhoudsbehandeling met methadon volgen en kiezen voor een overstap naar buprenorfine, is het raadzaam om doorgaans 24 tot 48 uur of langer na de laatste dosis methadon te wachten voordat de behandeling wordt gestart. De methadondosis moet geleidelijk worden afgebouwd tot minder dan 30 mg en gedurende ten minste 7 dagen of langer worden gehandhaafd voordat met de buprenorfinebehandeling wordt begonnen. Deze strategie helpt het risico op het optreden van intense ontwenningsverschijnselen te verkleinen.
Gedurende deze periode wordt de patiënt gemonitord op ontwenningsverschijnselen. Verschillende hulpmiddelen, zoals de Clinical Opiate Withdrawal Scale, kunnen helpen bij het evalueren van de aanwezigheid en intensiteit van ontwenningsverschijnselen. Voor de symptomatische behandeling van ontwenningsverschijnselen kunnen extra doses buprenorfine nodig zijn. Na ontslag van de patiënt kan de inductie worden verplaatst naar de volgende dag, nadat de symptomen zijn afgenomen. Patiënten moeten worden aangemoedigd om thuis geen opioïden te gebruiken. subutex voor pijn

Volgens de American Society of Addiction Medicine (ASAM) kunnen de aanbevolen milligram-equivalenten (MME) morfine voor chronische pijnbehandeling niet dienen als referentie voor geneesmiddelen die worden gebruikt bij de behandeling van OUD’s.[19] De aanbeveling is om buprenorfine te gebruiken voor de behandeling van opioïdontwenning in plaats van abrupt te stoppen met het gebruik van opioïden. Plotseling stoppen met opioïden kan leiden tot intense hunkering en acute ontwenning, wat het risico op terugval, overdosering en overlijden als gevolg van een overdosis kan verhogen.

Aanvangsdosering: Voor de aanvangsdosis buprenorfine of naloxon wordt aanbevolen te beginnen met de laagste dosis en deze wekelijks geleidelijk te verhogen totdat er een respons optreedt. De minimale behandelingsduur is 8 weken. De patiënt dient voorlichting te krijgen over de mogelijkheid van overdosering, onbedoelde toediening door anderen, misbruik en de gevolgen van onzorgvuldige opslag.

Over sublinguale tabletten subutex  

Aanvangsdosering: De aanbevolen aanvangsdosis voor een sublinguale bereiding met buprenorfine of naloxon voor de behandeling van een overdosis ligt doorgaans tussen 2 mg en 4 mg. Bij patiënten met een voorgeschiedenis van een overdosis en een hoog risico op terugval, maar die momenteel niet afhankelijk zijn van opioïden, kan een aanvangsdosis van 1 mg worden overwogen. Titratie dient bij deze patiënten veel langzamer te verlopen dan bij opioïdtolerante personen om oversedatie of overdosering te voorkomen.

Na de initiële dosis buprenorfine, indien er na 1 tot 2 uur geen tekenen van versnelde ontwenning worden waargenomen en de dosis goed wordt verdragen, kan deze worden verhoogd in stappen van 2 mg tot 4 mg. Het doel van titratie is om de laagste effectieve dosis te vinden die 24 uur stabilisatie garandeert, met als doel het risico op terugval te verminderen en de behandelresultaten te verbeteren. De titratiesnelheid kan variëren op basis van de individuele behoeften van de patiënt en het klinische oordeel van de clinicus, waarbij het belang van voorzichtigheid wordt benadrukt om oversedatie of overdosering te voorkomen.

Onderhoudsdosering: De onderhoudsdosering tijdens deze fase omvat het geleidelijk verhogen van de dosis buprenorfine op basis van de fysieke en psychologische behoeften van de patiënt. De dosering mag echter niet hoger zijn dan maximaal 24 mg/dag.[20] Volgens ASAM is de werkzaamheid van doses hoger dan 24 mg/dag niet goed vastgesteld, en hogere doses kunnen de kans op afleiding vergroten. De meeste patiënten reageren doorgaans goed.

Leave a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *